Diensten Dierenambulance R.E.O.
24 uur per etmaal
da REO krijgt maandelijks zo'n 100 tot 150 meldingen, vatierend van verzoeken om vervoer tot het verlenen van eerste hulp of het ophalen en plaatsen van 'aangelopen wilde' dieren. Een overzicht van het totale pakket aan diensten van REO.
Vervoer van en naar de dierenarts
da REO rijdt huisdiereigenaren met hun dier naar de dierenarts in een speciaal toegeruste ambulance. Een chauffeur en bijrijder zorgen ervoor dat het dier veilig opgepakt en vervoerd wordt. De bijrijder begeleidt de eigenaar en zijn huisdier tijdens de rit. Als de eigenaar zelf niet mee kan gaan, zorgt REO voor het dier en het contact met de dierenarts. Op verzoek is REO ook aanwezig bij het consult. Vervoer terug naar huis en de wachttijd bij de dierenarts zijn bij de ritprijs van fl.17, 50 inbegrepen.
Ophalen van overleden huisdieren
REO haalt overleden dieren thuis of bij de dierenarts op om ze naar een begraafplaats, crematorium of destructiebedrijf te brengen. De eigenaar krijgt ruim de tijd om alleen of samen met een medewerker van REO afscheid te nemen van zijn huisdier.
Eerste hulp en vervoer voor aangereden of gewonde dieren.
De medewerkers van REO kunnen eerste hulp aan gewonde of aangereden dieren verlenen. Is de situatie van het dier ernstig, dan zal REO het naar de dichtstbijzijnde dierenarts vervoeren. Als de melder niet de eigenaar is van het dier dan worden de kosten door de REO zelf betaald.
Hulp bij overwinteren of andere bijzondere situaties.
Elke winter is REO actief om watervogels, zwerfkatten en andere slachtoffers van de kou te helpen met overwinteren. De medewerkers van REO maken wakken in het ijs, zetten dozen neer voor zwerfkatten en bevrijden vastgevroren dieren. Zijn er bijzondere omstandigheden, dan rukt de ambulance ook uit. Zo heeft REO in 1993 honderden vissen geprobeerd te redden, die kwamen droog te liggen toen de Zalmhaven werd gedempt. De kosten voor deze diensten worden door REO zelf betaald.
Doorverwijzing en advies
REO heeft in de hele regio Rotterdam contact met instanties die zich inzetten voor dieren. Denk aan opvanginstellingen als de Dierenbescherming, Vogelklas Karel Schot, de egelopvang of een instantie als Amivedi die verloren huisdieren opspoort. De medewerkers van REO weten verder welke dierenartsen in de omgeving gespecialiseerd zijn, bijvoorbeeld in cardiologie of orthopedie. Daarnaast kent REO veel dienstverlenende bedrijven voor huisdieren en hun eigenaren, zoals dierenpensions, hondentrainers, trimsalons, hondenuitlaatdiensen enzovoort. Donateurs kunnen REO bellen voor adressen of eenvoudige adviesvragen over de verzorging van hun huisdier. Vragen over ziektes van huisdieren worden altijd doorverwezen naar de eigen dierenarts.
Bijzondere dieren
De meeste meldingen bij REO betreffen honden, katten en andere kleine huisdieren. Maar REO is er in principe voor alle dieren, Op meldingen van bijzondere (gevaarlijke) dieren zal dan ook bijna altijd gereageerd worden. Zo heeft REO vleermuizen, slangen, vogelspinnen, een wolhandkrab en een brulkikker opgespoord. Deze dieren werden door REO naar een speciale opvang gebracht.
Het eerste REO-lustrum
1988-1992
Ze hadden elkaar. Ze hadden een grote hartstocht voor alles wat dier was en een ruime ervaring met het werken voor een dierenambulance. Maar geld hadden ze niet en kennis over hoe je een rendabele stichting opzet evenmin. Dat weerhield partners Piet van Berkel en Joke Boot er niet van om in de zomer van 1988 serieus te beginnen met de start van hun eigen dierenambulance in Rotterdam.
Piet had vijf jaar als vrijwilliger gewerkt bij de al bestaande Rotterdamse Dierenambulance. Vanaf 1986 was hij actief bij een Haagse dierenambulance, waar hij Joke leerde kennen. Niet lang daarna werden ze een paar. Toen Piet vertelde over zijn plannen om zelf een dierenambulance op te zetten, keek Joke daar niet raar van op. 'Het werken bij een dierenambulance was precies wat ik wilde; je bent met beesten en met mensen bezig', vertelt Piet. 'Dieren zijn alles voor me- dat is altijd al zo geweest. Het tedere van dieren raakt me enorm. De manier waarop ze zich gedragen, boeit me steeds opnieuw. Voor mij is er dus niks zo fijn als dagelijks met dieren bezig zijn. Op een dierenambulance doe je bovendien heel nuttig werk. Je verleent eerste hulp als er een dier aangereden is. Je bevrijdt dieren die ergens klem zitten.'
Maar ook belangrijk voor Piet was het sociale aspect van het werk. 'Bij de andere dierenambulances kon ik niet zo snel een keer gratis rijden als iemand krap zat. Ik had te weinig tijd om mensen te helpen in hun zorgen en verdriet om hun dier. Daarom wilde ik een eigen dierenambulance beginnen: om mijn ideeën over zorg voor mens en dier uit te voeren zoals ik dat wilde. Maar ik was niet meer alleen, Joke moest het ook goed vinden.' Joke vond het niet alleen 'goed', ze bleek ook nog eens aardig wat kwaliteiten in huis te hebben. Met haar achtergrond als verpleegkundige had ze een behoorlijke medische kennis waar Piet gretig van leerde. En ze was een aanpakker. Wegens ernstige allergieklachten kon ze niet meer in de zorgsector werken en ze was vervroegd uitgetreden. Maar aan energie had ze geen gebrek. En dus gingen ze aan de slag met hun eigen Rotterdamse dierenambulance. 'Zo naïef en onwetend als wat', zeggen ze nu. Maar wel met passie en ambitie.
Opbouwen
'Naïef en onwetend' waren Piet en Joke niet wat betreft de vaktechnische aspecten van het werken op een dierenambulance. Door hun ervaring op andere dierenambulances, een cursus dieren-EHBO en Joke's medische kennis voelden we ons zelfverzekerd genoeg om te starten. 'We hadden bij de andere dierenambulances geleerd hoe je het werk organiseert,' verteld Piet. 'We wisten dat we een tweekoppige bemanning op de ambulance wilden. Een derde persoon zou nodig zijn voor de bemanning van de centrale en de planning van ritten. We wisten welke contacten met dierenartsen en opvanginstellingen noodzakelijk waren. Maar wat we niet zo goed wisten was hoe je een organisatie start: waar je begint.'
Doe eerst een behoefte-onderzoek, raadde iemand hen aan. Kijk of Rotterdam zit te wachten op een tweede dierenambulance. En zo geschiedde. In de zomer van 1988 hielden Piet en Joke een enquête onder dierenartsen en hun klanten. Toen de reacties overwegend positief bleken, richtten Piet en Joke de Stichting Dierenambulance REO (Rotterdam en omstreken) op. REO schreef zich in bij de Kamer van Koophandel. De stichtingsvorm werd vastgelegd door een notaris. Maar er moest ook een ambulance met inrichting komen. Een kantoor met centrale. Een telefoonnummer. Folders. Mankracht. En dat allemaal zonder startkapitaal. Want het enige geld dat Piet en Joke hadden, waren hun maandelijkse inkomsten. Piet werkte als vrachtwagenchauffeur en Joke kreeg een vervroegd pensioen. De eerste jaren van REO ging het salaris van Piet in de ambulance. Joke's pension voorzag in hun levensonderhoud.
'In oktober 1988 hadden we op afbetaling een mooie ambulance kunnen aanschaffen', vertelt Piet. 'En daar zaten we dan te wachten; in ons Rotterdamse kantoor met een tweedehands centrale en mobilofoons. Ik bleef voor het geld doorgaan met werken, Joke coördineerde de ambulance. Vrijwilligers- toen nog vooral uit onze vriendenkring- werden ingewerkt en deden de ritten overdag. 's Middags na mijn werk nam ik het van Joke over'.
Overleven
Tijdens de eerste maand, oktober 1988, deed REO acht ritten. Een jaar later zaten ze op twintig ritten in de maand: een langzame maar onmiskenbare groei. Klanten die een keer geholpen waren door de REO, kwamen terug en droegen bij aan de naamsbekendheid van REO door mond-op-mond reclame. Een aantal dierenartsen verwees actief door naar REO. Ondanks die voorzichtige groei en het perspectief op nog meer groei, waren het zware jaren.
In 1991 schafte REO een spiksplinternieuwe ambulance op afbetaling aan. De maandelijkse aflossingen bleken hoger uit te vallen dan voorzien. Het kantoor moest geofferd worden aan de aflossingen. De huiskamer van Piet en Joke in IJsselmonde werd nu de uitvalsbasis. Financieel gezien werd het door de schuldaflossingen, het wagenonderhoud, de verzekeringen en al die andere kosten bijzonder moeilijk. Te meer omdat in 1990 de eerste zoon van Piet en Joke geboren was Hun tweede kind, ook een jongetje, volgde twee jaar later. 'Het was vooral een periode van geven, geven en nog eens geven, 'vertelt Joke. Omdat we inmiddels kleine kinderen hadden, was ik minder mobiel. Ik rende de benen uit m'n lijf om alles te organiseren. De kleine ging vaak in z'n maxi-cosi mee met de dierenambulance. Toen onze tweede erbij kwam, werd dat moeilijker. Bovendien vond ik alles zielig. Ons huis stond open voor elk dier dat niet direct een tehuis had. En dus zaten we op een gegeven moment met een nest muizen, een konijn, een eekhoorn, zeker wel 33 katten, drie honden en twee papegaaien Dat hadden we nooit moeten doen. Ik liep 's ochtends tot 's avonds laat schoon te maken. Had het ene beest gespuugd, stond de ander te poepen. Gaf ik mijn zoon niet de fles, dan waren het de kittens wel die gevoed moesten worden. En als ik dat niet deed, maakte ik koffie voor de vrijwilligers. Ondertussen ging de telefoon voor de dierenambulance.
Het liep de spuigaten uit, vond Piet. Gevoel voor begrenzing was er niet. Alles wat maar enigszins zorg nodig had mocht binnenkomen - of dat nou dieren of vrijwilligers waren. 'Joke en ik hebben in periodes letterlijk droog brood gegeten,' Verteld Piet. 'De kinderen mocht het natuurlijk aan niks ontbreken, maar de dieren ook niet. Die aten dierenvoer van het A- merk, terwijl wij zelf niks hadden. De inkomsten van de ritten waren bij lange na niet genoeg om alle kosten te dekken. Er ging nog altijd een deel van onze huishoudpot in de dierenambulance.'
Bovendien werd er na een paar jaar duidelijk dat REO zich kwetsbaar maakte door zo van vrijwilligers afhankelijk te zijn. De komst van de kinderen zorgden dat Joke minder kon doen. Piet was nog altijd aan het werk en kon alleen de middagen en avonden op de ambulance rijden. 'Dat systeem werkte niet zoals we wilden. Eigenlijk moest een van ons fulltime inzetbaar zijn. We besloten het er op te wagen en vier jaar na de start stopte ik met mijn baan, 'vertelt Piet. 'Dat bleek de juiste stap. Vanaf het moment dat ik fulltime voor de dierenambulance ging werken, groeide het aantal ritten snel naar zo'n honderd in de maand.'
Door de fulltime inzet van Piet ging ook het vrijwilligersteam beter functioneren. Er was meer tijd voor begeleiding en sociaal contact. Aan het eind van het vijfde jaar was REO door de harde startfase heen. De inkomsten waren hoog genoeg om de dierenambulance zonder extra geld uit de huishoudpot van Piet en Joke te laten draaien. Door de opgebouwde naamsbekendheid kon REO fier het hoofd op houden naast de andere Rotterdamse dierenambulances. REO had een uitgebreid netwerk opgebouwd onder dierenartsen, dierenopvanginstellingen en andere relevante organisaties. Er was inmiddels een vaste kern trouwe donateurs, die vier keer per jaar een informatieblad ontvingen. Een team van ongeveer tien vaste en gemotiveerde vrijwilligers organiseren een lustrumfeest voor Piet en Joke. Het tweede lustrum werd met vertrouwen tegemoet gezien.
De gedroomde dierenambulance komt in zicht.
In het tweede lustrum kon REO de vruchten plukken van de harde eerste jaren. Een vetpot was het nog altijd niet, maar de jaren van droog brood eten waren voorbij. De organisatie van het medewerkersteam veranderde. Van een vrijwilligers club werd de dierenambulance nu ook additionele werkgever - dat wil zeggen dat REO gesubsidieerde banen kreeg. Mede door die ontwikkeling stond de tweede helft van de jaren negentig in het teken van verdere professionalisering en uitbreiding.
In 1993 werd de stichting dierenambulance REO uitverkoren tot 'Rotterdammer van het jaar'. Dat was voor Piet, Joke en hun medewerkers een erkenning van de moeilijke maar vruchtbare start jaren. Eindelijk hadden ze de wind in de rug.
De ambulance draaide naar behoren, de klanten waren tevreden en er was een goed functionerend vrijwilligersteam. Dat de medewerkers niet allemaal even makkelijke mensen waren, kwam door dat Piet en Joke vonden dat ze ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hadden. Mensen die op de gewone arbeidsmarkt niet snel aan de bak kwamen, waren wel welkom bij Piet en Joke. 'Er waren vrijwilligers die heel verlegen waren of het moeilijk vonden om contact te maken,' vertelt Piet. 'Die voelden zich veilig bij REO, omdat ons gezin de thuisbasis was. We probeerden ze te helpen. Heel voorzichtig zei je bijvoorbeeld, dat ze eens een kam door hun haren moesten halen. Je zag het een keer door de vingers als ze niet kwamen opdagen. Een van onze medewerkers heeft zelfs leren lezen en schrijven door het werken voor de dierenambulance. 'We leerden om te zoeken naar de kwaliteiten van de mensen,' vult Joke aan. 'Je hebt mensen die niet weten hoe ze de ambulance schoon moeten maken - die staan te soppen met zwart water. Maar geef ze een pietepeuterig schoonmaakwerkje en ze gaan met een paperclip aan de slag om de kleinste hoekjes in het dashboardkastje schoon te krijgen. Dat kunnen ze juist veel beter dan anderen.
Huiskamerdilemma
Lang niet alle vrijwilligers hadden die extra begeleiding van Piet en Joke nodig.
Hun bestuurslid en meest trouwe vrijwilliger Esther Greve had bijvoorbeeld een betaalde baan en deed het vrijwilligerswerk erbij. De hechte ploeg die rond het eerste lustrum actief was, was goed in evenwicht wat betreft persoonlijkheden en kwaliteiten. De relaties binnen het team waren vriendelijk, waardoor Piet en Joke niet alles hoefden te trekken. Een paar vrijwilligers waren bovendien erg goed in hun werk en droegen zo bij aan de klantenbinding.
Rond 1994 veranderde deze situatie. Uit de hand gelopen liefdesconflicten verstoorden het evenwicht zozeer, dat de ploeg uit elkaar viel. Vervanging vinden viel niet mee. ' We hadden vrijwilligers die op de bank lagen te hangen en niks uitvoerden. We kregen iemand in huis die we niet konden vertrouwen,' vertelt Piet. 'Ondertussen kwamen de kinderen steeds meer in het gedrang. Sommige vrijwilligers gingen zich teveel met hen bemoeien: doe dit, doe dat. Toen een van hen tegen onze zoon zei dat ie maar op de grond moest zitten, omdat hij een plekje op de bank wilde, was de maat vol. We konden het niet meer opbrengen.'
Stoppen of doorgaan zonder vrijwilligers- dat leken de enige twee oplossingen voor Piet en Joke. Ze kozen het laatste. In de periode van 1994- 1995 draaide de dierenambulance een half jaar zonder assistentie van vrijwilligers. Alleen Esther Greve (' die hoort bij de inboedel') was nog actief. De rust in huis keerde terug, maar het werk werd zonder hulp te zwaar voor Piet en Joke. 'We gingen weer werken met vrijwilligers, maar we kozen voor een andere organisatie van ons medewerkersteam,' vertelt Joke. 'Medewerkers werden thuis opgehaald, waardoor wij 's ochtends rustig met z'n vieren konden ontbijten. Tussen de ritten door ging Piet met de medewerkers op stap. Dan bracht hij nieuwe folders rond, of ging hij op bezoek bij instanties waarmee we samenwerken. Dat zorgde ervoor dat de ergste drukte uit de huiskamer verdween.
De eerste gesubsidieerde banen
Eenmaal uit de dip herrezen, wilden Piet en Joke uitbreiden- zowel wat betreft dienstverlening als deskundigheid. Joke volgde cursussen boekhouden en public relations bij het SBAW. Er werd een goede, tweedehands ambulance aangeschaft en hoog op het verlanglijstje stond een kantoor. 'Een ruim pand zou onze mogelijkheden enorm vergroten,' zegt Piet. 'We hadden grote plannen; voor uitbreiding van het team en het wagenpark, een hondenopvang, cursussen dieren- EHBO. Maar zonder ruimte konden we niks beginnen.'
Bovendien was Piet en Joke gebleken, dat de meer capabele vrijwilligers snel afhaakten als ze hoorden dat er vanuit een huiskamer werd gewerkt. Zij hadden behoefte aan een meer professionele omgeving. Ook de ontwikkelingen in de arbeidsorganisatie van REO versterkten de wens om een eigen kantoor te hebben. De vrijwilliger die in 1995 was begonnen, kon datzelfde jaar via de Banenpool actief worden bij de dierenambulance. De inleenvergoeding van fl. 300,- per maand werd vergoed door de deelgemeente IJsselmonde. Via de Banenpool kwamen ze ook in contact met de Jongerenpool, die vier mensen bemiddelde voor de dierenambulance. Hiervoor hoefde REO geen eigen bijdrage te betalen.
Nu REO zich ontwikkelde als additionele werkgever werd het huiskamerdilemma opnieuw voelbaar. Er was allen geen geld voor een kantoor. 'We konden onze eigen broek ophouden, maar we hadden geen budget om te kunnen investeren, ' aldus Piet en Joke. 'De grote groei hadden we gehad. Vanaf 1996-1997 hadden we 500 betalende donateurs. Daar hadden we meer dan een fulltime werkweek aan. Soms moesten we klanten naar onze collega's doorverwijzen. Het was frustrerend om de kansen op groei te zien, maar onvoldoende geld te hebben om daar goed op te kunnen reageren.'
Steun van SBAW maakt uitbreiding mogelijk
In 1998 klopte REO aan bij bureau voor projectontwikkeling SBAW. Deze organisatie ontwikkelt en ondersteunt Rotterdamse projecten voor langdurig werklozen- soms als ondersteuner en subsidieverstrekker. 'REO heeft in de tien jaar van haar bestaan bewezen levensvatbaar te zijn, ' zegt SWAB- projectontwikkelaar Ike Koeman bij wie Piet en Joke terechtkwamen. 'Ze hebben zowel een aanzienlijke klantenkring als een netwerk van dierenartsen en andere instanties opgebouwd. Het feit dat ze al die tijd zonder financiële steun hebben gewerkt, gaf ons het vertrouwen dat een investering in REO de moeite waard zou zijn- met name ook om de bijdrage die Piet en Joke leveren aan onbetaalde en betaalde werkgelegenheid. De kansen op verdere groei van die werkgelegenheid. De kansen op verdere groei van die werkgelegenheid wilden wij graag ondersteunen met een subsidie en projectbegeleiding.'
In de maand juli van het jubileumjaar 1998 werd een overeenkomst met het SBAW gesloten. REO krijgt voor de periode van september 1998 tot september 1999 eenzogenaamde exploitatiesubsidie van het SBAW, mogelijk met een verlenging van een jaar. Van die subsidie mag geen materiaal of ander roerend goed worden aangeschaft. De huur van een kantoor kan wel uit de subsidie betaald worden. Dat geeft REO de kans om lang gekoesterde dromen te realiseren. 'Ik ben een heel gelukkig man, ' zegt Piet. ' Dat we nu- juist met ons tienjarig bestaan- eindelijk kunnen gaan uitbreiden, is fantastisch. 'In augustus 1998 kreeg REO de sleutels van een groot pand in Rotterdam-Zuid.
Resultaten dierenambulance REO 1988- 1998
De dierenambulance REO heeft in de tien jaar van haar bestaan veel betekend voor mensen en dieren. Een overzicht van de belangrijkste resultaten van het afgelopen decennium.
Bereik: duizenden dieren en ritten
REO is de tel allang kwijt, maar vaststaat dat de dierenambulance duizenden en nog eens duizenden dieren heeft vervoerd, gered of naar hun laatste rustplaats heeft gebracht. In de eerste maand van haar bestaan had REO acht ritten. Een jaar later was dat aantal gegroeid naar zo'n twintig per maand. De grote groei kwam na vijf jaar toen initiatief nemer Piet van Berkel fulltime op de ambulance ging rijden. Inmiddels rijdt de ambulance ongeveer honderd tot honderdvijftig maal per maand uit.
Trouwe donateurs en klanten
REO heeft vijfhonderd vaste donateurs. Gemiddeld storten zij fl. 25,- per jaar. Daarnaast zijn er particulieren die geen betalend donateur zijn, maar wel af en toe gebruik maken van REO-diensten. Ook onder dierenartsen zitten klanten. Zij schakelen REO bijvoorbeeld in om overleden huisdieren op te halen. Uit brieven, donaties en telefoontjes blijkt dat donateurs met name de persoonlijke aandacht en tijdsinvestering van de REO- medewerkers waarderen. Ook klein attenties als hulp bij het instappen, worden door de - grotendeels oudere klanten - op prijs gesteld. Donateurs ontvangen vier keer per jaar een informatieblad over onderwerpen als dierenverzorging, opvang, rouwverwerking en activiteiten van REO.
Vrijwilligerswerk en werkgelegenheid
In tien jaar tijd hebben zeker meer dan vijftig vrijwilligers en stagiaires zich onbetaald in gezet voor de dierenambulance. Zo'n tien daarvan zijn langdurig actief geweest bij REO. In 1995 trok REO voor het eerst een betaalde kracht aan via de banenpool. Kort daarna volgden drie jongerenpoolers. Inmiddels zijn drie van deze vier vertrokken. Een nieuwe banenpooler is aangetrokken en een tweede aanvraag loopt. De langdurige medewerkers hebben zich kunnen ontwikkelen in de veiligheid van het gezin van initiatiefnemers Piet en Joke. Een van de medewerkers heeft leren lezen bij de dierenambulance. De ander is, via zijn banenpoolplaats bij REO, doorgestroomd naar een reguliere baan.
Maatschappelijke erkenning en publiciteit
De activiteiten van de dierenambulance zijn niet onopgemerkt gebleven. REO kreeg publiciteit in Rotterdamse huis- aan- huisbladen en zelfs in een Japans dagblad met acht miljoen lezers. In 1993 werkte Joke mee aan een uitzending van Radio Rijnmond. Maatschappelijke erkenning kreeg de dierenambulance toen ze in 1993 door Stad Rotterdam Verzekeringen, Stad's TV Rotterdam en Ons Rotterdam werd uitgeroepen tot 'Rotterdammer van het jaar'. De openbare basisschool De Blijberg uit Rotterdam Noord wijdde in 1996 de jaarlijkse 'goede doel-dag' aan REO. De opbrengst van de - door kinderen en ouders georganiseerde - rommelmarkt bedroeg 3500 gulden.
Organiseren van steun
Om de dierenambulance voor donateurs betaalbaar te houden en tegelijkertijd het hoofd boven water te houden, heeft REO bij verschillende instanties aangeklopt voor steun. Het informatieblad en de huisstijl worden kosteloos verzorgd door Uitgeverij Alvona. Die ontvangt in ruil daarvoor de advertentiekosten uit het informatieblad. Garagebedrijf Maliepaard onderhoudt tegen een geringe vergoeding de twee ambulances van REO. Enkele bedrijven, waaronder Shell, deden een eenmalige schenking. Sinds 1998 krijgt REO voor een, en mogelijk twee jaar een 'exploitatiesubsidie' van het SBAW, bureau voor projectontwikkeling. Hierdoor kan REO een kantoor huren met een vrijwilligersruimte, een leslokaal en een centrale. Dat schept mogelijkheden voor REO om de gewenste groei door te zetten.
Donateurs
Donateurs zijn belangrijke mensen voor REO. Mede dankzij hun jaarlijkse donaties en giftenkan REO haar werk doen. Een aanzienlijk deel van de vijfhonderd donateurs zijn ouderen zonder eigen vervoer. Zij zijn van REO afhankelijk als zij met hun dier naar de dierenarts willen of als hun overleden dier naar een begraafplaats of crematorium gebracht moet worden. Mensen die gebruik maken van een dierenambulance zijn over het algemeen grote dierenliefhebbers - kosten noch moeiten worden gespaard voor hun geliefde huisdier. De medewerkers van REO begrijpen de band tussen eigenaar en dier. Door hun persoonlijke en begripvolle dienstverlening heeft REO in de loop der jaren een vaste, trouwe klantenkring opgebouwd.
Portret van een donateur
Het grote hart van mevrouw 'tante Lenie' Jongsma
Al sinds de oprichting van Dierenambulance REO is mevrouw Jongsma uit Rotterdam Noord donateur. De manier waarop de medewerkers van REO met haar vele dieren omgaan, de grote aandacht die ze hebben, vindt mevrouw Jongsma 'onbetaalbaar'.
Zeven huiskatten, vier zwerfkatten, eenhond en een joekel van een kokmeeuw die dagelijks komt ontbijten - dat zijn de dieren die REO-donateur mevrouw Jongsma (76) op dit moment onder haar hoede heeft. 'Tante Lenie', zoals mevrouw Jongsma in de buurt wordt genoemd, zal het van haar vader hebben. Die had een aap, een papegaai en hij fokte honden. Al als heel jong meisje nam ze van alles mee naar huis. Er was altijd wel plek voor een gewond vogeltje of een zielige poes in het gezin met negen kinderen - ook al woonden ze in een krappe voor- tussen- achter woning ergens in Rotterdam Noord.
Slachtoffers van de stadsvernieuwing
Nu, zo'n zeventig jaar later, geniet mevrouw Jongsma buurt bekendheid om haar grote hart voor dieren. 'Ze komen altijd naar me toe als er iets met een dier aan de hand is,' verteld mevrouw Jongsma. 'Tante Lenie, er is een duif aangereden: wat moeten we doen? Tante Lenie, er is een zak met kittens gevonden.' En zo liep haar huis na het overlijden van haar man vol met dieren van de straat. 'Toen mijn man nog leefde had ik een hond en twee katten. Dat vond hij genoeg. Er is voor een man niet tegen op te werken om zoveel dieren te voeden. Maar na zijn dood - nu 26 jaar geleden - kon ik mezelf niet meer tegen houden. Er werd een pup van zes weken zo - hup - in de Noordsingel gegooid. Die brachten ze bij mij. Een man vroeg me om zijn hond zindelijk te maken. Daarna wilde hij 'm niet meer terug, want de hond bleek niet raszuiver. Toen had ik dus drie honden. 'Maar mevrouw Jongsma had ook 'twintig katten, drie gewonde koekoeroe duiven en een huiskonijn - voor m'n neefje.'
Dat het er zoveel waren had te maken met de stadsvernieuwing. 'Veel mensen lieten hun kat achter toen ze hun huis uit moesten voor de renovatie. Dan werd ik erbij geroepen, of ik vond ze zelf. Na oud en nieuw lag er een gewonde poes op de hoek van de straat. Hadden ze een rotje in gestoken. Denk je nou echt dat ik dat laat liggen? De bakker, de slager: niemand had een doos voor me, dus heb ik het beestje in m'n eigen jas gewikkeld en naar de dierenarts gebracht.'
'Jongens, bel de REO'
In de loop der jaren overleed een aantal van haar dieren of er meldden zich nieuwe eigenaren aan. Daardoor heeft mevrouw Jongsma nu 'nog maar' zeven katten en een hond in huis. De zwerfkatten waar ze voor zorgt, zijn mevrouw Jongsma net zo lief. En al die andere dieren, of ze nou van de straat zijn of niet, krijgen de medische hulp die ze nodig hebben. De REO rijdt en helpt. 'Is er iets met een van mijn dieren, dan bel ik gelijk de REO. Ik ben al vanaf het begin donateur. Ik zeg altijd: jongens, jullie moeten de REO bellen, hier heb je het telefoonnummer. Want REO is de beste. Zoals die mensen met dieren omgaan, de aandacht die ze voor je hebben - dat is onbetaalbaar. Ik heb eens een hond gehad die bij Piet op schoot plaste. Daar lachte ie gewoon om. Joke aan de telefoon is altijd even lief. Ze staan echt voor je klaar. In mijn wilsbeschikking heb ik laten vastleggen dat Piet de oude dieren na mijn dood laat inslapen. En dat doet hij voor me, ik weet dat ik daarop kan vertrouwen. Won ik een ton, dan gaf ik het allemaal aan de REO. Een ander zou er voor op reis gaan of zich volhangen met juwelen, maar ik bracht het naar Piet en Joke. Zeg me: wie is er nou gek?'
Gesubsidieerde banen
Als niet winstgevende onderneming kan REO geen regulier betaalde krachten inzetten. In 1995 kreeg REO haar eerste gesubsidieerde werknemer via de Banenpool. Korte tijd later werd de dierenambulance benaderd door de Jongerenpool. REO heeft vanaf die tijd dankbaar gebruik gemaakt van deze gemeentelijke arbeidsvoorzieningen.
De Banenpool en Jongerenpool maken het voor de REO mogelijk om haar arbeidsorganisatie te professionaliseren. Voor REO draagt de inzet van gesubsidieerde werknemers bij aan de continuïteit van het werk. Daardoor zijn de betaalde krachten een belangrijke ondersteuning bij de professionalisering en gewenste uitbreiding van de dierenambulance. Dat wil overigens niet zeggen dat REO geen vrijwilligers verwelkomt. Ook in de toekomst wil REO mensen zonder betaald werk ontplooiingskansen blijven bieden door het (vrijwillig) werken op een dierenambulance.
Portret van een banenpooler
Van caféhoudster tot medewerker dierenambulance
Toen haar zorg thuis niet meer zo hard nodig was, wilde Ria van der Basch graag een betaalde baan. Ze kwam via de Banenpool terecht in een ziekenhuis en een buurtdienstencentrum. Sinds een half jaar werkt ze als bijrijder op de Dierenambulance REO. Als ze is ingewerkt, krijgt ze de verantwoordelijkheid over een eigen ambulance.
Ria van der Basch (50) moet onder de mensen zijn. In haar jonge jaren runde ze een café in België. Nu is ze Banenpooler bij Dierenambulance REO. In april 1998 werd Ria opgenomen in de 'huiskamer-ambulance' van Piet en Joke. 'Dat was in het begin wel even wennen', verteld Ria. 'Je bent aan het werk en tegelijkertijd zit je in iemands privé. Als ik tussen de ritten door bij Piet en Joke wacht op een volgende melding, is Joke meestal bezig. Hangt ze de was op, sta ik ernaast te kletsen. Ze hebben dus eigenlijk geen privé meer. Omdat ik de meeste tijd op de wagen zit en het allebei schatten van mensen zijn, gaat het toch goed. Je wordt een beetje familie van elkaar.'
Leren in de praktijk
Ria is momenteel de enige Banenpooler bij de REO. Samen met de Jongerenpooler, de vaste vrijwilliger, Joke en Piet vormt zij het permanente team van de dierenambulance REO. Hoewel Ria de nodige ervaring heeft met dieren moest ze het vak nog leren toen ze in dienst trad. Piet werd haar leermeester. 'Hij doet dit werk al achttien jaar. Een dierenarts zei me eens dat hij waarschijnlijk meer weet dan een beginnend dierenarts. Hoe pak je een gewond dier beet? Wat doe je als een beest bang is? Welke eerste hulp kan en mag je verlenen - dat soort dingen weet Piet precies. Verder vraagt hij dierenartsen of we bij de behandeling mogen zijn. Daardoor doe ik veel kennis op. Een van de artsen waar we vaak komen, zegt wel eens dat ze niks liever doet dan lesgeven. Die legt uit wat er op een cardiogram staat, verteld je wat er met een dier aan de hand is - schitterend vind ik dat.'
Gedragcodes
Maar niet alleen de zorg voor dieren staat op het inwerkschema van Ria. Het omgaan met de dierenbezitters is evengoed een taak van de dierenambulance. Wat dat betreft hoeft mensenkenner Ria niet veel meer te leren, behalve dan de gedragscodes van REO. 'Als ik bijvoorbeeld denk: 'joh, verlos dat dier uit z'n lijden'- dan moet ik dat voor me houden. Het is niet aan ons om daarover te oordelen. Adviseren over een behandeling doen we evenmin. Dat is de taak van de dierenarts. Wij als dierenambulance zijn er om mens en dier te vervoeren en te steunen. Dus blijf je niet aan de deur staan als je iemand ophaalt, maar ga je netjes mee naar binnen. Je helpt zowel het dier als de klant in de wagen. We blijven bij de dierenarts totdat het dier klaar is. Onderweg maak je een praatje met de klant, want wij zijn er ook voor hen. Wij weten hoe belangrijk hun huisdier voor ze is.'
Een van de mindere kanten aan het werk, vindt Ria het verdriet van de mensen als hun dier sterft of ernstig ziek is. 'Vooral bij oude mensen vind ik dat naar. Je hebt soms het gevoel dat zo'n dier het laatste is wat ze nog hebben, en dan haal jij het bij ze weg. Maar je maakt net zo goed ook heel leuke momenten mee. Je brengt en zieke hond - hijgend van de pijn - met een enorme buik naar de dierenarts en twee dagen later rent ie je kwispelend tegemoet als je 'm weer ophaalt. Dat zijn de fijne momenten.'
Voorlopig is Ria nog bezig met haar inwerk periode. Na afloop daarvan blijft het werk uitdagingen bieden. Omdat REO sinds kort een ruim kantoor heeft, kan de ambulance en haar diensten gaan uitbreiden. Daardoor zullen de werkzaamheden afwisselender worden en de medewerkers doorgroeimogelijkheden krijgen. Voor Ria betekent dit dat zij - na afronding van haar praktijkscholing en een cursus dieren-EHBO - de verantwoordelijkheid krijgt over een eigen wagen met bijrijder.
Uit de meldkamer
Hond aangereden op de A-16
De Rotterdamse politie meldt dat er ter hoogte van het Terbregseplein op de A-16 een zwarte bouvier is aangereden. De eigenaar is onbekend. Als REO ter plaatse komt, is het dier helaas al overleden. De dienstdoende chauffeur belt Amivedi, een organisatie die verloren huisdieren opspoort. Niet veel later ontvangt de centrale een telefoontje van een man die zijn hond kwijt is. Met Amivedi heeft hij nog geen contact gehad. Uit de omschrijving van de hond en het adres van de beller word duidelijk dat de dode bouvier vermoedelijk zijn hond is. REO rijdt met het dode dier naar het huisadres van de man, die de hond identificeert. Een uur later - na overdracht van de bouvier en opvang van de verdrietige eigenaar - vertrekt REO.
Kat klem
In een Rotterdams huizenblok bungelt een kat met zijn pootjes aan het raam. Hij is vast komen te zitten tussen het klapraam en de scharnieren. Een van de bewoners van het huizenblok belt REO. De eigenaren van het dier zijn op hun werk. Al snel wordt het de medewerkers van REO duidelijk dat zij de assistentie van de brandweer nodig hebben om de kat te bevrijden. De brandweerlieden ontzetten het raam met een koevoet, zodat de gewonde kat met spoed naar de dichtstbijzijnde dierenarts gebracht kan worden. De buren geven het adres van de dierenarts door aan de eigenaren. 's Avonds bellen de mensen op om REO te bedanken en te melden dat het dier er, ondanks de gebroken voetjes, weer bovenop zal komen.
Zwaan klem
Het vriest dat het kraakt. Laat in de avond belt een ongeruste particulier met de mededeling dat een zwaan vastgevroren is op de Clazina Couwenbergzoom in Prinsenland. REO rijdt met twee medewerkers uit. Een van hen blijft aan de kant om de ander te zekeren met reddingslijnen. In het donker, kruipend over het krakende ijs, lukt het de vastgelijnde REO-medewerker om de zwaan tien meter van de oever te bereiken. De zwaan draait zich langzaam om, kijkt de REO-medewerker verbaast aan en loopt kranig weg. Verkeerde inschattingen komen vaker voor. Desalniettemin bevrijdt REO elke winter vastgevroren dieren door ze uit het ijs te hakken en ze bij ernstige afkoelingsverschijnselen naar de opvang Vogelklas Karel Schot in Rotterdam Zuid te brengen.
Vogelspin in de tuin
Op een zomerse dag harkt een man zijn tuintje aan. Tussen de omgewoelde aarde komt een merkwaardig dier te voorschijn: een heel grote spin. De man belt onmiddellijk naar REO. Hij denkt dat die 'grote spin een vogelspin is. De beet van dit beest kan dodelijk zijn. REO gaat bewapend met hoge laarzen, handschoenen, een vangstok en een net naar het meldadres. Na een uur lukt het een van de medewerkers om de vogelspin in een hoek te drijven en te vangen met een doorzichtige OMO-wasmiddeldoos. Voorzichtig wordt het deksel onder de doos geschoven. Daarna wordt het dier naar een speciale opvang gebracht. Vermoedelijk was de vogelspin ontsnapt uit een particulier terrarium.
Nieuwe diensten
Adressen en telefoonnummers
Dierenambulance REO Kantoor/Meldkamer
Cartesiusstraat 88
3076 DD Rotterdam
Postadres:
Aelbrechtskade 15 b
3022 HK Rotterdam
Fax: (010) 482 20 09
Regionaal alarmnummer: (010) 476 87 50
(voor spoed- en ongevallen)
Regionaal informatienummer: (010) 479 50 15
(voor aanvraag van ritten
en informatie)